• Waterloos

Waterloos

De watermolen werkte met een bovenslagrad want de Geleenbeek had ter plekke een groot verval.  In de molentak,  die het water naar de kanjel voerde, was een maalsluis annex lossluis aanwezig.  De maalinrichting bestond uit drie maalkoppels met een gietijzeren gangwerk. 

Het gangwerk met maalstoel is waarschijnlijk rond 1900 geplaatst, toen ook het waterrad werd vervangen.
Met de molen werd voornamelijk bakgoed gemalen. Verder stonden in de molen een haverpletter en een koekenbreker. Met de koekenbreker brak men lijnkoeken, opgekocht uit de oliefabrieken, in kleine brokjes die vervolgens tot lijnmeel vermalen werden. Vermengd met ander meel was het rundveevoer, de geplette haver werd als paardenvoer gebruikt.

In 1962 stopte het maalbedrijf en het waterschap kocht in 1965 het stuwrecht af. De beek werd verlegd. De Sint Jansmolen werd daarmee een watermolen zonder water. Het waterrad en kanjel zijn nog aanwezig en ook de maalstoel met het gangwerk zijn nog intact, maar de maalkoppels niet.